De monniken

De benedictijnen leven in kloostergemeenschap volgens de regel van Sint-Benedictus. Deze wordt vaak samengevat in de woorden “ora et labora: bid en werk”.

De monniken worden aangesproken als Dom (+ voornaam, bv. Dom Johannes, Dom Ivo …), daarbij maakt het niet uit of ze priester (pater) genoemd – zijn of niet. Wie de priesterwijding niet ontving is een broeder. De afkorting DOM wordt in het woordenboek o.a. omschreven als “titel van een benedictijner monnik”.

benedictijnerhabijtHet habijt van de benedictijnen is zwart. Over hun habijt of pij, dragen ze een ‘scapulier’, een rechthoekig kleed, vooral om tijdens het werken het habijt te beschermen.

Na de naam komt een een verkorting om de kloosterorde aan te duiden b.v. Dom Johannes OSB. (Ordo Sancti Benedicti: of orde van de H. Benedictus)

Lees ook over de benedictijnen op wikipedia.

Uitleg van DOM

D.O.M. is de afkorting voor het Latijnse ‘Deo, Optimo, Maximo’. De Nederlandse vertaling hiervan is ‘Naar God, de Beste, de Grootste’ of ‘God is heer over alles’, of ook wel ‘toegewijd aan de hoogste, grootste God’.